Tat-Wing Leung
Tat-Wing Leung is wiskundedocent op een goede meisjesschool, mede-organisator van de wiskunde-olympiade en iets te laat op zijn afspraak met ons. Dat hadden we niet verwacht: volgens onze ‘Tips voor in Hongkong’ is men in Hongkong nogal stipt. En, ook onverwacht: Leung draagt een spijkerbroek en een polo. Wij, trouw aan de ‘Tips’, dragen ons nette pak. Gelukkig vindt het gesprek plaats in ons hotel in Wan Chai. Hier binnen is airco, buiten is het 30 graden met 80% vochtigheid. Geen pretje in een net pak.
De school waar Tat-Wing Leung lesgeeft, is een school voor voortgezet onderwijs en daarmee is ook meteen alles over het niveau gezegd. In Hongkong heb je geen vmbo, havo of vwo en ook geen honoursklassen. Er is één soort voortgezet onderwijs voor iedereen, de secondary school. Heb je dan geen last van enorme niveauverschillen? Leung bevestigt dat. Zo'n 8% haalt zelfs voor geen enkel vak een voldoende op zijn eindlijst, een flink probleem. En ook in de klas hebben docenten wel eens moeite met het niveauverschil - geen wonder als je bedenkt dat die klassen soms meer dan veertig leerlingen hebben. Na hun vijf jaar voortgezet onderwijs zitten de leerlingen overigens nog eens twee jaar op school om te proberen hun ‘A-levels’ (advanced levels, een extra diploma) te halen - weer met zijn allen op officieel hetzelfde niveau.
Toch weten we uit internationaal onderzoek, onder meer TIMMS, dat leerlingen in Hongkong gemiddeld erg goed zijn in wiskunde. En ook de doorstroom naar de universiteit is niet slecht: de helft van de leerlingen slaagt voor hun A-levels en daarvan gaat een vijfde naar een van de acht universiteiten, zo'n 10% van alle leerlingen dus. Dat is vergelijkbaar met de Nederlandse situatie. Niet vergelijkbaar is echter het slagingspercentage op de universiteit: een ongelooflijk 99%. En daar zijn flink wat wiskundigen bij, elk jaar zo'n 100 eerstejaars van de 3000 totaal.
In Hongkong zijn er dan ook geen klachten over de hoeveelheid wiskundigen op de universiteit, in het bedrijfsleven of in het onderwijs. Er zijn genoeg studenten, genoeg gekwalificeerde arbeidskrachten en genoeg leraren. Speciale projecten om jongeren te interesseren voor wiskunde (of andere betavakken) zijn er niet in Hongkong en Leung kent geen voorbeelden van bedrijfsbezoeken, gastlessen uit het bedrijfsleven, uitgebreide bemoeienis van universiteiten met het secundair onderwijs of wiskundeprojecten waarin studenten lesgeven.
Hongkong scoort dus goed op wiskunde zonder allerlei motiverende, enthousiasmerende en populariserende activiteiten. Maar hoe doen ze dat? Een gedeeltelijk antwoord op die vraag zou kunnen zijn: heel hard werken. Aan de ene kant krijgen de leerlingen per week een redelijke 5 uur wiskundeles en veel minder huiswerk dan bij ons - aan de andere kant zijn er buiten de school om allerlei competities in wiskunde, waar leerlingen aan meedoen en veel voor trainen. De internationale wiskunde-olympiade, die Leung mede organiseert, is in Hongkong slechts een van de vele wedstrijden.
Misschien dat winnaars van zo'n olympiade ons wat meer kunnen leren. Dat gaan we morgen bekijken. Dan bezoeken we Mei-Lin Luk op het LaSalle College, een topschool in Kowloon die dit jaar twee van de zes Hongkongse internationale-olympiadegangers leverde.
Om Tat-Wing Leung te bedanken voor het prettige en informatieve gesprek, hebben we bij het afscheid een kado voor hem. Volgens de ‘Tips voor in Hongkong’ moeten we niet verbaasd zijn als hij het in dank aanneemt en ingepakt meeneemt. Uitpakken doet hij het inderdaad niet. In plaats daarvan vraagt hij gewoon: ‘Dank u wel! Wat is het?’